De werkelijkheid zonder verhaal

Gepubliceerd op 22 november 2025 om 21:58

We kunnen eindeloos veel weten over het eten van een appel.
We kunnen de samenstelling analyseren, de voedingswaarde in kaart brengen, moleculen benoemen, processen in de maag en darmen beschrijven. We kunnen onderzoek doen waarbij de ene groep dagelijks een appel eet en de andere niet, en vaststellen wat dat doet met gezondheid, energie of welbevinden.

Al die kennis is waardevol. Ze voedt onze nieuwsgierigheid. Ze verruimt ons begrip.
Maar wat we ook onderzoeken of beschrijven: we doen dat altijd vanuit een bepaald kader. Vanuit aannames. Vanuit een manier van kijken die we in de loop van de geschiedenis hebben ontwikkeld.

En toch is al die kennis van een andere orde dan de ervaring zelf.
De ervaring van het je tanden zetten in de appel. Het speeksel dat in je mond loopt. De zoetzure smaak. Het knisperen. Het directe, zintuiglijke moment waarin er geen uitleg nodig is.

Die ervaring is.
De beschrijving komt daarna.

Dat onderscheid lijkt triviaal, maar het is fundamenteel. Want wat geldt voor een appel, geldt ook voor hoe we naar onszelf kijken, naar de wereld, en naar de werking van psychedelica.

Wanneer ik beschrijf wat psychedelica doen, doe ik dat onvermijdelijk vanuit wat we op dit moment weten over het lichaam. Vanuit hersenfuncties, neurale netwerken, chemische processen, het zenuwstelsel. Dat zijn de instrumenten die we nu tot onze beschikking hebben. Dat is het paradigma van waaruit we waarnemen en betekenis geven.

Maar dat perspectief is niet neutraal, en ook niet volledig. Het is tijdelijk, historisch en begrensd. Net als alle perspectieven die eraan voorafgingen.

Een treffend voorbeeld vind ik onderzoek naar MDMA bij octopussen. Octopussen hebben een totaal andere hersenstructuur dan wij. Hun brein is niet centraal georganiseerd zoals het onze, en sociaal gedrag wordt bij hen niet verklaard vanuit dezelfde functies of gebieden. En toch vertonen octopussen na toediening van MDMA duidelijk meer sociaal gedrag.

Dat roept vragen op. Niet alleen over MDMA, maar over onze aannames. Blijkbaar is sociaal gedrag niet eenduidig gekoppeld aan specifieke menselijke hersenstructuren, zoals we vaak veronderstellen. Het effect lijkt fundamenteler; op cellulair of receptor-niveau en onafhankelijk van de verhalen die wij vertellen over breinfuncties en gedrag.

Dit soort voorbeelden maakt zichtbaar hoezeer we interpreteren vanuit het wereldbeeld dat we al hebben. We trekken conclusies binnen het kader dat ons vertrouwd is, en vergeten soms dat het kader zelf ook een constructie is.

Als je verder kijkt, zie je dat zelfs binnen de wetenschap die kaders niet op één lijn liggen. De natuurkunde, nota bene de ‘hardste’ wetenschap, laat al decennia zien dat er geen afgescheiden, op zichzelf bestaande objecten zijn. Dat waarneming en verschijning niet los van elkaar bestaan. Dat de waarnemer niet buiten datgene staat wat waargenomen wordt.

Maar die inzichten hebben nog niet eens een begin gemaakt met zich te nestelen in de biologie, de neurowetenschappen of de psychologie. Niet omdat ze onjuist zijn, maar omdat we de implicaties niet werkelijk begrijpen. Ze zijn ontregelend. Ze vragen om een ander mens- en wereldbeeld dan we gewend zijn.

Wat al deze perspectieven gemeen hebben, is dit: het zijn verhalen. Uitgebreid, zorgvuldig, vaak ongelooflijk intelligent — maar verhalen. Manieren om grip te krijgen op wat we waarnemen. Manieren om betekenis te geven.

En verhalen doen iets met ons. Ze kunnen ontroeren, inspireren, geruststellen of verontrusten. Ze zetten iets in beweging. Maar het verhaal is niet de werkelijkheid. Het is een weergave, een uitsnede, een tijdelijke betekenis.

Dieren leven zonder verhaal. Ze ervaren, reageren, bewegen.
Wij kunnen woorden geven, verklaren, duiden. En dat vermogen is prachtig. Creatief. Verrijkend.

Maar het moment waarop we het verhaal verwarren met de werkelijkheid, raken we iets kwijt.

Waarom is dit zo belangrijk om te benoemen? Omdat dingen zo snel als waarheid worden neergezet of als onwaarheid. En omdat we die verhalen vervolgens in ons eigen web verweven, ze onderdeel maken van wie we denken te zijn en hoe de wereld volgens ons in elkaar zit.

Wat een psychedelische ervaring zo bijzonder maakt, is dat ze dit mechanisme tijdelijk onderbreekt. Zeker in de piekfase. Tijdens zo’n ervaring kun je geen verhaal maken. Niet over de wereld. Niet over jezelf.

Bij hogere doseringen voelt dat als het verliezen van je identiteit. Het verhaal van ‘wie jij bent’ valt weg. En dat kan angstig zijn. Maar tegelijk gebeurt er iets opmerkelijks: je bent er nog gewoon. Er is ademhaling. Er zijn sensaties. Geluiden, kleuren, beweging. Waarneming zonder eigenaar.

Ervaring zonder verhaal.

Alles stroomt door je heen. Gedachten, emoties, lichamelijke sensaties, zintuiglijke indrukken. Niets kan worden vastgehouden. Niets hoeft te worden begrepen. Pas later wanneer de ervaring voorbij is, beginnen we te vertellen wat er gebeurd is. Wat het betekende. Wat het met ons heeft gedaan.

Dat verhaal kan helpend zijn. Inspirerend. Troostend.
Maar het is niet wat er was.

Misschien is dat wel een van de meest radicale inzichten die psychedelica kunnen bieden: dat de werkelijkheid zich voltrekt vóór betekenis. Dat ervaring compleet is, zonder uitleg. En dat alles wat we eraan toevoegen; wetenschappelijk, persoonlijk of spiritueel niet meer is dan een stickertje dat we erop plakken. Met een naam. Een datum. Een duiding.

En dat stickertje kan veranderen. Volgende maand. Volgend jaar. Volgend moment.

Het enige dat altijd waar is, voor iedereen, is dit: ik ben.
Dit moment. Deze ervaring van bewuste waarneming.

Dat ervaren is volledig. Compleet.
Elke beschrijving is een versnippering, een uitsnede uit iets wat in zichzelf geen randen heeft. Hoe verrijkend het denken ook kan zijn, hoe creatief en inzichtgevend, het vasthouden aan het verhaal als waarheid doet geen recht aan de openheid van het zijn zelf.

Misschien is dat wel waar al deze lijnen samenkomen. Wetenschap, non-dualiteit, psychedelica. Niet in een nieuw verhaal over de werkelijkheid, maar in het doorzien dat elk verhaal secundair is.

En dat wat overblijft wanneer het verhaal wegvalt — dit ervaren, hier en nu — dichter bij de werkelijkheid komt dan alles wat we er ooit over kunnen zeggen.